Winnie de Poeh 
en Teigetje

 


Wie stuitert daar door het Honderd Bunderbos? Het is Teigetje. Hij zingt er een liedje bij:
"Het goede van mij is dat ik Teigetje ben.
Ik ben het allerbeste Teigetje dat ik ken.
Zo goed als ik, is er maar één
en dat ben ik... en ik alleen!"

Even verderop zit Winnie de Poeh voor zijn huisje. Hij hoort een geluid: boing, boing, boing. Dat geluid ken ik, denkt Poeh. En ineens - BOING! - ligt Poeh op de grond, met Teigetje op zijn buik.
"Hee malle Poeh," zegt Teigetje. "Waarom lig je op de grond?"
"Omdat je tegen mij bent op gebotst," zegt Poeh. "Echt? Wat knap van mij!" roept Teigetje. "Maar ik moet er weer vandoor! Dag!"
Teigetje stuitert verder.

Knorretje is bladeren aan het vegen voor zijn huisje. Hij hoort een geluid: boing, boing, boing. Wegwezen! denkt Knorretje, maar dan - BOING! - stuitert Teigetje hem omver.
"J-je liet me schrikken!" stamelt Knorretje.
"Echt? Wat knap van mij!" roept Teigetje. "Maar ik moet er weer vandoor. Dag!"
Teigetje stuitert verder.

Konijn werkt in zijn tuin. Hij heeft de tuin heel netjes gemaakt. Konijn vindt dat hij wel wat wortels heeft verdiend. Mmm! Ineens hoort hij een geluid. Boing, boing, boing. Teigetje stuitert door Konijns tuin en dan stuitert hij ook nog - BOING! - Konijn omver.
"Teigetje!" roept Konijn boos. "Moet je mijn tuintje nou zien!"
"Wat een troep!" zegt Teigetje. "Je mag je tuin wel eens netjes maken."
Dan wordt Konijn boos, zó boos...

...dat hij Poeh en Knorretje ophaalt om een vergadering te houden.
"Het wordt tijd dat we Teigetje dat stuiteren afleren!" zegt Konijn. "Daarom brengen we hem morgen het bos in. En daar laten we hem dan achter. Heeft iemand vragen?"
"Is dat niet een beetje zielig?" vraagt Knorretje. "Later vinden we hem wel terug," zegt Konijn. "En als we hem dan vinden, is hij vast een heel ander Teigetje geworden! Een rústig Teigetje! Heb jij nog vragen,Poeh?"
"Zzzz!" doet Poeh, want hij slaapt.

"WAKKER WORDEN!" roept Konijn. Poeh schrikt wakker. "Oh eh... ik had een pluisje in mijn oor, dus ik heb niet alles gehoord wat je zei," zegt hij.
"Wat heb je wèl gehoord?" vraagt Konijn.
"Alles... tot ik dat pluisje in mijn oor kreeg," zegt Poeh.
Knorretje legt Poeh uit wat hij van plan is. Voordat Poeh iets kan vragen, sluit Konijn de vergadering.

De volgende dag halen de vrienden Teigetje op. Het is een beetje mistig, maar ze gaan toch. Teigetje wil graag mee en stuitert voorop het bos in. Poeh heeft een potje honing bij zich voor onderweg. En omdat hij al onderweg is, eet hij het meteen maar op.

Teigetje blijft voorop stuiteren en het duurt niet lang of ze zijn heel ver het bos in.
"We zijn er," fluistert Konijn tegen Poeh en Knorretje. "Ik tel tot drie en dan rennen we weg. Eén, twee... drie!"

De vrienden rennen zo hard ze kunnen. Na een tijdje kijkt Teigetje om. Hij ziet zijn vrienden niet meer.
"Oh, nee!" roept hij. "Ze zijn verdwaald! Ik had beter op ze moeten letten. Nu moet ik ze gaan zoeken. Gelukkig kunnen Teigetjes dat het allerbest!"

Konijn, Poeh en Knorretje hebben zich verstopt in een holle boomstam. Daar komt Teigetje aanstuiteren. Boing, boing! Hij stuitert boven op de boomstam.
"HALLO!" toetert hij in de holle boom. "Is daar iemand?"
Oei, wat een lawaai is dat!

Boing! Boing! Teigetje stuitert weer verder. Na een tijdje gluurt Konijn naar buiten.
"Hij is weg," zegt hij. "We kunnen naar huis!"
"Mooi," zegt Poeh. "Ik krijg net trek in een hapje van het een of ander."
De vrienden gaan op weg.

Ze komen langs een kuil. En even later weer.
"Lopen we wel goed, Konijn?" vraagt Knorretje.
"Natuurlijk!" zegt Konijn. "Dacht je dat ik de weg niet wist?"

"Kijk! Daar is weer een kuil," zegt Poeh even later.
"Dat klopt," zegt Konijn. "Er zijn veel kuilen in dit deel van het bos."
"Volgens mij hebben we deze kuil al eerder gezien," zegt Poeh. "Ik denk dat hij ons volgt."
"Onzin!" zegt Konijn. "Dat kunnen kuilen niet!"
"Ik heb een idee," zegt Poeh. "Als we naar huis lopen, komen we aldoor bij deze kuil. Dus als we nou eens naar deze kuil lopen, dan komen we misschien wel thuis!"
"Onzin!" zegt Konijn. "Als ik naar deze kuil loop, kom ik uit bij deze kuil. Let maar op!"
En hij loopt het bos in. Alleen.

Poeh en Knorretje wachten tot Konijn terugkomt. Maar hij komt niet. En dus wachten ze nog wat langer. En dan vallen ze in slaap.

Als ze wakker worden, zegt Poeh: "Stil eens..."
"Wat hoor je, P...?" zegt Knorretje, maar dan is hij stil, want Poeh zei dat hij stil moest zijn.
"Honing," zegt Poeh. "Ik heb thuis twaalf potten. En die roepen me. Eerst hoorde ik ze niet, omdat Konijn er doorheen praatte. Maar nu hoor ik ze wel."

De twee vrienden klimmen uit de kuil en gaan op weg. Knorretje zegt een hele tijd niks, want Poeh moet de honing kunnen horen. Maar dan maakt Knorretje ineens toch een piepgeluidje, want ze zijn vlakbij huis. Hoera! Nu geeft het niet of Poeh de potten honing hoort of niet.

Op dat moment komt Teigetje aanstuiteren. Hij landt boven op Poeh én Knorretje.
"Jullie zijn verdwaald, hè?" zegt hij.
"Wij niet meer," zegt Poeh. "Maar Konijn nog wel, denk ik."
"Ik vind hem wel!" zegt Teigetje. "Dat kunnen Teigetjes het allerbest!"

Konijn is inderdaad verdwaald. Hij sjokt door het bos en kan niks vinden. Zijn hol niet, Poeh en Knorretje niet, zelfs die domme kuil kan hij niet meer vinden. En Konijn wordt nu toch wel moe.

Ineens hoort hij een geluid. Woesss! Het klinkt niet hard, maar Konijn vindt het toch eng. Wat is dat voor een geluid? En hoor, nog een geluid: Wààk! Oewààk! Wat is dat nou weer?

Woess! Wààk! Oewààk! De geluiden gaan maar door en Konijn wordt steeds banger. Misschien zijn het wel monsters! Maar dat zijn het niet hoor!
Konijn hoort gewoon bosgeluiden. De wind laat de bladeren ritselen. Een kikker kwaakt. Maar dat weet Konijn niet.

Ineens voelt Konijn iets op zijn schouder. Het is gewoon een tak, maar Konijn denkt dat de monsters hem komen pakken.
"Help! Help! Laat me los!" roept Konijn en hij holt weg, zo hard als hij kan...

...KNAL! tegen Teigetje op. En zo zit Teigetje weer op de plek waar hij vaker zit: op Konijns buik.
"Gevonden!" roept Teigetje.
"Oh, Teigetje!" zegt Konijn. "Wat ben ik blij jou te zien! Ik ben verdwaald!"
"Pak mijn staart maar," zegt Teigetje. Dan stuitert hij in een wip naar huis, waar Poeh en Knorretje al zitten te wachten. Konijn stuitert achter Teigetje aan.

En zo blijft Teigetje dezelfde Teigetje. Maar Konijn... die wordt wel een tijdje een ander Konijn. Nog dagenlang is hij blij als hij Teigetje ziet! En voor Konijn is dat wel heel bijzonder!


Klik op Iejoor om terug te gaan!