VULKANEN
Bekijk eerst goed de site en doe daar na de
VULKANENTEST
De aarde bestaat uit drie lagen. Van buiten naar binnen zijn
dat:
1. de aardkorst
2. de aardmantel met daarin vast of taai-vloeibaar
gesteente.
3. de kern (de buitenkern en de binnenkern)
die bestaat uit ijzer en nikkel
Platen (schollen)
De buitenste laag van de aarde heet lithosfeer en
bestaat uit de aardkorst en het bovenste stukje, de harde bovenlaag, van
de aardmantel. De lithosfeer is niet één grote steenschil
maar bestaat uit stukken die platen of schollen worden
genoemd. De platen drijven als het ware op het taai-vloeibare gesteente
van de aardmantel, net zoals ijs op water drijft.

Het aardoppervlak wordt dus gevormd door platen. Deze platen
(schollen) drijven op een laag van gedeeltelijk gesmolten gesteente en
bewegen. De aardschollen kunnen wel 75 tot 100 km dik zijn. De aardschollen
verplaatsen zich zeer langzaam, ongeveer 5 cm. per jaar.

Maar deze kleine verplaatsingen hebben soms enorme
gevolgen. Het is één van de oorzaken van het ontstaan van vulkanen.
Hoe ontstaan vulkanen ?
De platen worden door het taai-vloeibare gesteente in
van de aardmantel voortdurend langs elkaar, tegen elkaar of uit elkaar
geduwd. Onze werelddelen liggen op die platen en veranderen dus voortdurend van
plaats. Het gaat dan wel langzaam, hooguit enkele centimeters per jaar.
In de bovenstaande afbeelding kun je drie verschillende
openingen in de aardkorst zien. Dit zijn de drie verschillende situaties
waarbij vulkanen kunnen ontstaan.
1. Uit elkaar bewegende bewegende platen (de rechtse
opening in bovenstaande afbeelding)
2. Naar elkaar toe bewegende bewegende platen (de
linkse opening in bovenstaande afbeelding)
3. Zwakke plekken in de aardkorst (de middelste opening
in bovenstaande afbeelding)
|
1. Sommige platen bewegen zich uit
elkaar.
Als dit gebeurt ontstaat er een breuk tussen hen in.
Deze spleet in
het aardoppervlak maakt het mogelijk dat magma
uit de
aardmantel kan ontsnappen. Als het magma omhoog komt
om de breuk te vullen ontstaan er soms vulkanen.
|
|
Als
de platen verder uit elkaar bewegen, wordt ook de vulkaan uit
elkaar getrokken en ontstaat er een nieuwe breuk, dus weer een nieuwe
vulkaan. Na miljoenen jaren ontstaat er door dit proces een nieuwe
bergketen.
Meestal verloopt het vulkanisme hier rustig. Omdat de
platen uit elkaar gaan, wordt er ruimte vrijgemaakt voor het opstijgende magma.
Het opstijgend magma vormt een nieuwe aardkorst. Dit gebeurt
bijvoorbeeld in het midden van de Atlantische Oceaan. Hier is een
oceaanrug ontstaan.
|
|
2. Andere platen bewegen juist naar elkaar toe
en botsen dan.
Als dit gebeurt, duwt de ene plaat de ander naar
beneden in de
laag gesmolten gesteente eronder. Als de plaat naar
beneden
wordt gedrukt smelt hij en ontstaat er magma.
|
Dit
magma stijgt op naar het aardoppervlak en barst uit als een
vulkaan. Dit vulkanisme verloopt
meestal minder rustig. Het magma moet
eerst door de aardkorst heen breken voor het naar buiten kan
stromen. Daar is veel kracht voor nodig. Hevige uitbarstingen zijn meestal
het gevolg. |
|
3. Hotspots
Een andere manier van het ontstaan van een vulkaan is op
een
hotspot, een gebied waar de aardkorst erg dun is.
Hier kan gesmolten gesteente zich gemakkelijk een weg
banen
door de aardkorst en zich verzamelen in de magmahaard
in
de vulkaan. Uiteindelijk wordt de druk zo groot dat de uitbarsting
plaats vindt.
|
-
Dus niet alle vulkanen ontstaan door het zich verplaatsen van platen
(bijv. hotspots).
- En niet alle bewegingen van platen vormen vulkanen.
|
|
|
|
 |
|
|