|
STEENTIJD
In het begin van de prehistorie woonden
alléén dieren op de wereld. Heel veel later kwamen er mensen. Toen begon de
steentijd.

jagers
In de oude steentijd kon het in onze streken ijskoud zijn. Soms was ons land
zelfs bedekt met ijs. We noemen dat een ijstijd. Er leefden hier mammoeten
en rendieren. Om aan voedsel te komen waren deze dieren verplicht lange
tochten te maken van soms wel duizenden kilometer. Ook de mensen
maakten lange tochten naar plekken waar deze dieren langskwamen. Toen het na
de ijstijd warmer werd, groeide ons land vol met bossen. De rendieren
trokken weg naar koudere streken en andere dieren kwamen in de plaats. In de
bossen was allerlei voedsel te vinden dat de mensen verzamelden. Deze
periode noemen we de midden steentijd. Op een dag kwamen er vanuit het
zuiden boeren in ons land wonen. In plaats van op dieren te jagen, hadden
zij dieren getemd. Zo hadden ze vlees, huiden en melk altijd bij de hand. De
boeren gingen op een vaste plek wonen, in grote huizen. Dit is de nieuwe
steentijd. De informatie die je hieronder vindt, gaat vooral over het einde
van de midden steentijd en over de nieuwe steentijd
Jagers en verzamelaars
In ons land zijn vaak bij riviertjes resten houtskool gevonden en ook voorwerpen
van steen en botten. We weten daarom dat op zulke plaatsen mensen hebben gewoond. Waarschijnlijk in tenten of hutten. Het waren jagers. Deze jagers
leefden in familiegroepen van soms 10, 20 of 30 volwassenen en kinderen. Eenmaal in het
jaar kwamen deze kleine groepen bij elkaar. Samen konden dat soms wel 300 mensen zijn. Ze hoorden bij dezelfde stam. Ze spraken allemaal dezelfde taal.
Als er eten nodig was, gingen de mannen op jacht, maar de vrouwen en kinderen
zorgden voor het meeste eten. Zij gingen iedere dag op zoek naar voedsel in de bossen. In de herfst zochten ze wilde vruchten en in het voorjaar bladgroenten
en knollen.

Kinderen
De belangrijkste taak van de kinderen bestond erin om samen met de vrouwen
voedsel te verzamelen. Daarbuiten was er natuurlijk ook tijd om te spelen. Er
zijn kleine pijlen en boogjes gevonden, die archeologen doen vermoeden dat de
kinderen hiermee jachttaferelen naspeelden. Misschien hebben ze ook wel met
steentjes gespeeld, of andere spelletjes.
Gereedschap en wapens
De mensen gebruikten vuursteen, hout, dierenbotten en huiden om werktuigen te maken. In het begin zag het gereedschap er eenvoudig uit. Later is men botten en
steen heel precies gaan bewerken en slaagden men erin om fijne speerpunten te maken. Ze gingen naalden maken om lappen leer aan elkaar te naaien en men
ontdekte in die tijd de pijl en boog.
Meer dan 99,5% van hun bestaan hebben de
mensen geleefd van jagen, vissen en het verzamelen van eetbare planten en
plantendelen. Er is niet heel veel bekend over de manier waarop de vroegste
mensen jaagden. Sommige archeologen denken dat ze vooral leefden van dieren
die al dood waren, of dat ze jaagden op erg jonge en zwakke dieren.
Insecten, vogels, vissen, wortels, noten en vruchten konden belangrijker
zijn dan groot wild. Dat was eten dat gemakkelijk op reis kon worden
verzameld. De jager-verzamelaars
trokken in kleine groepjes rond langs de plekken waar het meeste voedsel te
vinden was.
|
 |
Vuurplaats
De mens heeft het vuur niet uitgevonden hij heeft ontdekt hoe hij het kon
gebruiken.
Vuur is een verschijnsel dat in de natuur veel voorkomt. We denken hierbij aan
vulkaanuitbarstingen en bliksemstralen die op een natuurlijke wijze vuur
voortbrengen. De primitieve mens nam dit natuurverschijnsel waar en het viel hem
natuurlijk ook op dat het warmte en licht gaf.
In het begin wist de prehistorische mens niet hoe hij vuur moest maken, dus stal
hij het van vuren van de natuur zelf. Als hij van de ene plaats naar de andere
trok moest hij de gloeiende stukken zorgvuldig vervoeren. Doofde het vuur dan
moest hij wachten tot de natuur hem nieuw vuur gaf.
Een vuurplaats was een belangrijke plek bij elke hut. 's Avonds kwamen de mensen uit de groep daar bijeen om te eten. 's Nachts zorgde het vuur ervoor dat
de dieren op afstand bleven. Het was er veilig, de mensen konden zich lekker warmen en ze luisterden naar de verhalen die ze elkaar vertelden.
Sjamaan
De meeste groepen mensen kenden een wijze man of vrouw. Dit was een soort priester of tovenaar. We noemen hem of haar een 'sjamaan'. Deze sjamaan kende
alle verhalen. Hij wist hoe je met de geesten om moest gaan: voor welke geesten je moest oppassen en welke je hielpen. Voor de jacht moesten de geesten die
in de dieren woonden vriendelijk gestemd worden. Hij hielp de mensen ook als er iemand plechtig begraven moest worden. En wat heel belangrijk was: de sjamaan
had vaak veel verstand van kruiden tegen ziekte of pijn.
Boeren
Ongeveer 7000 jaar geleden kwamen in ons land de eerste boeren wonen. Dat was hier nog nooit vertoond. Zo'n boerenbedrijf was een geweldige uitvinding.
Men was niet meer afhankelijk van wat er in de natuur te vinden was. De boeren
hadden ontdekt, dat je zelf bijvoorbeeld graan kon zaaien en dat je dieren kon temmen.
Ze hoefden geen lange tochten meer te maken of op jacht te gaan. Ze hielden de dieren aan huis en namen de natuur in bezit: het werd hun grond, hun gewas en
hun vee. De mensen bleven voortaan op één plek wonen. Omdat de boeren op een vaste plaats bleven, was het ook de moeite om grote,
stevige huizen te bouwen. Daarin konden ze ook voorraden voedsel voor de winter bewaren.
Ze gingen ook met grotere groepen samenleven. Hierdoor waren er
steeds meer huizen nodig en ontstonden de eerste kleine dorpen. |
 |
Nieuwe uitvindingen
Door de boeren werden veel nieuwe dingen uitgevonden, zoals bijlen om bomen mee om te hakken en potten om voedsel in te bewaren. Ze gingen ook hun eigen
kleding weven. De jagers die hier woonden zijn natuurlijk doorgegaan met jagen. Maar langzaam gingen zij hun manier van leven toch veranderen. Behalve het
jagen op dieren, begonnen ze de dieren ook te gebruiken. Ze gingen nog steeds op zoek naar planten en naar knollen die in het wild groeiden, maar ze leerden
van de boeren ook dat je bijvoorbeeld graankorrels in potten kon bewaren en zelf kon
zaaien. Zo werden jagers stapje voor stapje boeren.
Volwassen
Mensen in de prehistorie werden vermoedelijk minder oud dan nu. Ze hadden natuurlijk hun kruiden tegen ziekten en koorts, maar er waren ook ziekten
waartegen ze niks konden doen. Aan een verkoudheid of een blindedarm
ontsteking kon je in die tijd overlijden. De mensen werden minder oud dan nu, maar hun volwassen leven begon ook eerder. Meisjes van 14 jaar vond men oud
genoeg om met een partner te leven en kinderen te krijgen. Jongens, als ze eenmaal de baard in de keel kregen, werden als volwassen man gezien. Ze
moesten dat wel bewijzen. Onder leiding van de sjamaan voerden ze moeilijke opdrachten uit. Ze leerden bijvoorbeeld hoe het was om een paar dagen en
nachten alleen in het bos te blijven en daar voor zich zelf te zorgen.
Feiten op
een rij
| - |
De steentijd heeft meer
dan een miljoen jaar geduurd. Daarom hebben we deze tijd in drie stukken
verdeeld: de oude steentijd, de midden steentijd en de nieuwe steentijd. |
| - |
In de oude steentijd was het in Nederland koud. Het was een ijstijd. Er
waren grote, kale vlaktes, toendra's genaamd. |
| - |
De mensen leefden van de jacht en legden grote afstanden af op zoek naar
eten. In de midden steentijd werd het klimaat iets warmer. Op het land
kwamen er moerassen, rivieren, beekjes en bossen. |
| - |
De mensen jaagden in de midden steentijd meestal op dieren die in het bos
leefden. Ze vingen ook vis. Ongeveer 7000 jaar geleden kwamen in ons land de
eerste boeren wonen. De nieuwe steentijd ontstond. |
| - |
De boeren woonden op een vaste plaats. Ze temden dieren en zaaiden graan.
Steeds meer mensen gingen bij elkaar wonen. De eerste dorpen ontstonden
|
DOE NU DE STEENTIJDTEST!!
<klik>
Even kijken of je nog alles
weet!
|