|

Er was eens in het verre
Italië ... een poppenmaker en hij zijn naam was: Geppetto.
Hij maakte een speciale pop en noemde hem Pinokkio.
"Ik wens dat je een echt jongen bent" zei Geppetto bedroefd, "Want ik ben zo
alleen".
Die nacht kwam de Blauwe Fee naar Geppetto's werkplaats.
"Goed Geppetto" zei ze, "Je maakt andere altijd gelukkig, je verdient het dat
je wens uitkomt".
Lachend raakte de Blauwe Fee het popje aan met haar hand.
"Klein popje, gemaakt van hout. Wordt wakker". en in een oogwerk, bracht zij
Pinokkio tot leven.
"Pinokkio, als je braaf, eerlijk en aardig bent, word je op een dag een echte
jongen," zei de Blauwe Fee.
Toen wendde zij zich tot Japie Krekel. "Japie," zei ze "jij moet Pinokkio
helpen". Ze vertelde Japie dat ze
hem een hele belangrijke baan had gegeven. Hij moest Pinokkio's "goede
geweten" zijn.
De volgende dag stuurde Geppetto trots zijn kleine houten jongen naar school.
"Japie Krekel zal je de weg wijzen" zei Geppetto. "Doe geen dingen waar je
spijt van krijgt."
Pinokkio ging weg, maar kwam niet aan bij school.

Pinokkio ging op pad met Stromboli, een gemene poppenspeler, die hem beloofde
beroemd te maken.
Die nacht had Pinokkio veel plezier, toen hij danste op het podium.
Maar daarna sloot Stromboli hem op in een kooi, zodat hij niet kom ontsnappen.
De Blauwe Fee verscheen en vroeg waarom hij niet naar school was gegaan.
Pinokkio loog en zei dat hij was ontvoerd. Opeens begon zijn neus te groeien.
Toen Pinokkio de waarheid had verteld, toverde de Blauwe Fee zijn neus terug.
"Dit is de laatste keer dat ik je help, een kind dat jokt, kan net zo goed van
hout zijn."
De volgende dag ontmoette Pinokkio een man op een koets, getrokken door
zielige kleine ezeltjes.
"Ga met ons mee, naar Plezier Eiland" zei de man op de koets.
De koets zat vol met lawaai makende jongetjes.
Pinokkio vond het er leuk uitzien. "Niet mee gaan Pinokkio!" schreeuwde Japie
Krekel.
Maar toch ging Pinokkio mee, klaar voor avontuur.
|