![]()
Wil je terug naar boven? Klik dan op deze afbeelding!
Dit zijn de punten die op deze pagina worden uitgelegd.
![]()
Op het Middeleeuwse kasteel was vlees het hoofdgerecht. Omdat de Rooms Katholieke kerk veel vleesloze vastendagen (op die dagen werd geen vlees gegeten) voorschreef werd er ook veel vis gegeten. Het vlees was afkomstig van koeien, schapen, ganzen of eenden, maar als er gejaagd was, werd er ook wel ree of everzwijn gegeten. Op het vlees te bewaren in de winter, want dan was er weinig te jagen, werd het vlees gerookt en in vaten ingezouten. De vis werd uit de slotgracht of uit naburige slootjes gehaald. Groente werd er toen niet gegeten. Oorspronkelijk at men twee keer per dag een maaltijd met vlees of vis. Zo rond 8 uur 's morgens en rond 3 uur 's middags. Deze tijden werden steeds later, en uiteindelijk ging men een ontbijt nemen 's ochtends.
Op het kasteel mocht je met je handen eten, dus moest je je handen wassen voor het eten. Dit werd gedaan door een knecht, hij goot water over je handen, maar of je handen er echt schoon van werden? Ridders hadden geen nette manieren, iedereen gooide de restjes vlees met bot op de grond, die door honden afgekloven werden. De honden dienden ook als servet voor vieze handen.

Een van de eerste beloftes die de ridder maakte was "trouw aan de vorst". Hij zwoer dat hij de vorst zou bijstaan met raad en daad. Dit betekende dat hij hem moest helpen met het besturen van het land (raad) en hij moest voor hem vechten (daad) persoonlijk, gepantserd en te paard. Behalve trouw moest de ridder ook dapper zijn. Zó dapper dat hij de dood niet vreesde, dit was de belangrijkste ridderdeugd.
De kerk wilde daarnaast nog dat de ridder op kwam voor iedereen die zwak was. Dit betekende bijvoorbeeld dat hij voor weduwen, wezen en armen moest zorgen. De kerk vond het ook belangrijk dat ridders tegen "heidenen" (mensen die niet in God geloofden) vochten. Zo zijn ook de kruistochten ontstaan.

Alles wat er nodig was aan eten en kleren op het kasteel werd verbouwd en gemaakt door mensen van het kasteel. Alles wat er op het kasteel werd binnengebracht door de knechten, moest grotendeels beheerd worden door de kasteelvrouwe. Zij moest de taken verdelen onder haar knechten en meiden. Ze moest ook nog de dagelijkse maaltijden van alle kasteelbewoners organiseren en zorg dragen voor hun kleren. Dit waren haar dagelijkse bezigheden. De kasteelvrouwe moest ook voor de opvoeding van de page zorgen. Ze moest eveneens de gasten ontvangen en verzorgen.
Ze zat meestal op haar eigen kamers in een zijvleugel van het kasteel zogenaamde kemmenaden. Ze hoorde niet in de grote zaal bij de kasteelheer. Het huwelijk tussen de kasteelheer en de kasteelvrouwe werd meestal al besproken als ze nog kinderen waren. Op hun twaalfde verloofden ze zich. Het huwelijk had meestal als reden erfenissen bij elkaar te brengen. Of ze van elkaar hielden was niet belangrijk.