|
Aardbevingen
Schuivende
platen
Op de wereldkaart kun je goed de vorm van de werelddelen herkennen. Ze worden omringd door oceanen.
Werelddelen en
oceaanbodems liggen op platen; stukken van de aardkorst die ieder ook hun
eigen vorm hebben.
Er zijn zeven enorm grote platen en een aantal minder grote, die samen als
in elkaar passende puzzelstukken de hele aardbol bedekken. Die platen
verschuiven een beetje. Daar merk je weinig van, ze verschuiven hoogstens
één tot twintig centimeter per jaar. De werelddelen bewegen mee. Europa
en Noord-Amerika drijven elk jaar 5 centimeter verder uit elkaar.

Spanningen
De platen schuiven niet allemaal in dezelfde richting. Ze kunnen naar
elkaar toe, van elkaar af of langs elkaar heen schuiven. Als ze botsen,
dan schuift de een meestal onder de andere. Bij deze bewegingen wordt er
spanning in het gesteente opgebouwd. Wordt die spanning te groot dan
schieten de platen na een tijdje plotseling met grote kracht langs elkaar.
Dat veroorzaakt een aardbeving. De meeste aardbevingen vinden plaats waar
twee platen tegen elkaar botsen. Zoals dat bij Japan gebeurt. Daar worden
de mensen vaak opgeschrikt door een aardbeving. Ook Griekenland en Turkije
liggen dicht bij een plaatgrens.
Alles in puin
De aarde trilt voortdurend heel licht. Daar merken we niets van. Een grote
aardbeving daarentegen kan binnen enkele minuten hele steden verwoesten.
Schoorstenen en hoge torens breken af. Mensen kunnen niet op hun benen
blijven staan of op een stoel blijven zitten. Gebouwen storten ineen, gas-
en waterleidingen breken, bomen worden geveld en er ontstaan scheuren in
wegen en akkers. Stroomkabels knappen waardoor er brand uitbreekt. Mensen
raken bedolven onder het puin. Soms ontstaan er vloedgolven in de oceaan.
Die worden 'Tsunami's' genoemd. Het land overstroomt. In augustus 1999
kwamen bij de aardbeving bij de Turkse stad Izmit duizenden mensen om. Op
de plaats waar een aardbeving is geweest, kan de aarde nog dagen lang
naschokken.

Aan dit slaveld kun je
zien
dat bij de aardbeving de grond is verschoven
Het middelpunt
De hevigheid van een aardbeving is afhankelijk van de diepte waarop de
beving plaatsvindt, de hardheid van het gesteente, en de hoeveelheid
opgebouwde spanning. Vanuit de plaats waar de beving in de aarde ontstaat,
gaan schokgolven door het gesteente kilometers ver in alle richtingen. Je
kunt de trillingen van een aardbeving vergelijken met het rimpelen van een
stil wateroppervlak nadat je er een steentje in hebt gegooid. Precies in
het midden is de schok ontstaan. Bij een aardbeving gebeurt dat diep onder
de aarde. Daar ligt het 'hypocentrum'. Precies dáárboven, aan het
aardoppervlak, ligt het 'epicentrum'. Bij het epicentrum zijn de schokken
meestal het hevigst. Maar ook kilometers verderop kunnen de gevolgen
verwoestend zijn.
De
schaal van Richter.
De beving wordt meestal berekend volgens de 'schaal van Richter'.
De hevigste aardbeving die is gemeten, vond in 1960 in Chili plaats.
Hij was 9,5 op de schaal van
Richter en
veroorzaakte een vloedgolf van 12 meter hoog aan de andere kant van
de wereld! |

Na een heel ernstige aardbeving staat er
nauwelijks meer iets rechtop
|
Een seismograaf
Als er ergens op aarde -ook aan de andere kant van de wereld- een
aardbeving is, kan men die aan deze kant meten. Dat gebeurt met een
'seismograaf'. Een seismograaf is een instrument dat bevingen van de aarde
meet en opschrijft. Hij bestaat uit twee delen. Er
is een apparaat dat de trillingen meet. Het andere apparaat vertaalt de
trillingen en schrijft deze op. Daarvoor zit er een pen in die voortdurend
de op en neer bewegende lijn op een draaiende rol papier tekent. Zo krijg
je dus een hele lange rij krabbeltjes. Als er een aardbeving is worden de
krabbeltjes ineens veel groter. Ook in het Geologisch Museum van Artis
staat een seismograaf. Daar is duidelijk op te zien of er ergens een
aardbeving is geweest.
Stevige
gebouwen
Op plaatsen waar de kans op aardbevingen groot is, moeten de huizen extra
stevig worden gebouwd. Funderingen moeten verankerd blijven, ook als de
grond waarop ze gebouwd zijn plotseling verandert in een modderpoel. De
muren moeten aan elkaar vast blijven zitten, ook als het gebouw heen en
weer zwiept. Tijdens de ramp in Turkije bleken de huizen niet bestand
tegen zware schokken van 7.8 op de schaal van Richter. In 1992 was er in
de Nederlandse stad Roermond, midden in de nacht, een aardbeving die tot
in Amsterdam kon worden gevoeld. Hij was 5.7 op de schaal van Richter. De
mensen schrokken daar heel erg van. Er ontstonden scheuren in de muren van
huizen en schoorstenen vielen van het dak.

|
Foto's van enkele
aardbevingen: |
 |
|